Extra uitleg over Studie in Cijfers: Toelichting, bronnen en definities
Studie in Cijfers helpt scholen, leraren, decanen, lob-medewerkers en KiesMBO.nl bij het voorlichten van studenten. En het helpt studenten en hun ouders bij het maken van een weloverwogen studiekeuze. SBB ontwikkelde Studie in Cijfers in opdracht van het ministerie van OCW. Wij deden dit samen met JOB, LAKS, FNV Jong, CNV Jongeren, onderwijs en bedrijfsleven.
Studie in Cijfers toont objectieve, onafhankelijke en betrouwbare informatie over de opleiding en de kansen van die opleiding op de arbeidsmarkt. Met Studie in Cijfers kun je verschillende mbo-opleidingen met elkaar vergelijken.
Gegevens per opleiding
Studie in Cijfers geeft informatie per beroepsopleiding aan een instelling weer. Met beroepsopleiding wordt hier een samenvoeging bedoeld van een aantal verwante opleidingscodes die opleiden tot dezelfde beroepsopleiding.
Studie in Cijfers is alleen beschikbaar voor mbo-opleidingen op niveau 2, 3 en 4. Entree opleidingen zijn uitgesloten. Alleen voor opleidingen waar minimaal 1 student staat ingeschreven is Studie in Cijfers beschikbaar.
De indicatoren Studenttevredenheid, Jaarresultaat en Doorstroom naar hbo-opleiding zijn weergegeven op niveau van beroepsopleiding. Beroepen die opleiden tot dezelfde beroepsopleiding zijn samengevoegd. Gediplomeerden met werk, de Kans op stage, Kans op leerbaan, Baankans en Startsalaris zijn per beroep (kwalificatie) weergegeven.
De opleidingsbijsluiter is gemaakt voor elke beroepsopleiding die minimaal één ingeschreven student heeft. De basis is het inschrijvingenbestand van DUO. Alleen hoofdinschrijvingen zijn meegeteld.
Indicatoren
Studenttevredenheid
Bron
JOB-monitor
Definitie
Studenttevredenheid geeft aan hoe tevreden studenten zijn over hun opleiding, vergeleken met de landelijke score voor dezelfde opleiding. Dit gemiddelde cijfer geldt voor de specifieke opleiding of een groep opleidingen waartoe de opleiding behoort. Het betreft een gewogen gemiddelde van de score op de vraag ‘Welk rapportcijfer geef je jouw opleiding?’ conform de weegfactor die is opgenomen in het databestand, zoals aangeleverd door onderzoeksbureau ResearchNed, dat de JOB-monitor heeft uitgevoerd. De JOB-monitor wordt eens per 2 jaar uitgevoerd.
Voorwaarden
Het tevredenheidscijfer wordt niet weergegeven als de respons lager is dan 15 studenten.
Percentage geslaagde studenten
Bron
Bron-MBO van DUO
Definitie
Dit percentage toont het aandeel studenten dat een diploma behaalt in vergelijking met de totale uitstroom van gediplomeerden én ongediplomeerden uit de opleiding aan de onderwijsinstelling. Een student die de opleiding ongediplomeerd verlaat, maar aan dezelfde instelling doorstudeert aan een andere opleiding wordt in deze berekening niet meegeteld als ongediplomeerde uitstroom.
Voorwaarden
Als de totale uitstroom lager dan 10 is, wordt het percentage niet weergegeven. Extraneï (studenten zonder lesplicht) worden niet meegenomen in de analyse.
Doorstroom naar andere mbo-opleiding
Bron
Bron-MBO van DUO
Definitie
Deze indicator toont hoeveel studenten met een niveau 2- of 3-diploma doorstromen naar een andere mbo-opleiding. Alleen inschrijvingen in bekostigd Nederlands onderwijs worden meegenomen.
Voorwaarden
Het gaat om gediplomeerden niveau 2 en 3 die doorstromen binnen het mbo-bekostigd onderwijs in Nederland. Extraneï zijn in deze analyse buiten beschouwing gelaten.
Doorstroom naar hbo-opleiding
Bron
Bron-MBO van DUO
Definitie
Deze indicator toont hoeveel studenten met een niveau 4-diploma doorstromen naar een hbo-opleiding. Alleen inschrijvingen in bekostigd Nederlands onderwijs worden meegenomen.
Voorwaarden
Het gaat om gediplomeerden niveau 4 die doorstromen naar het hbo-bekostigd onderwijs in Nederland. Extraneï zijn in deze analyse buiten beschouwing gelaten.
Percentage gediplomeerden met werk
Bron
CBS
Definitie
Het aantal gediplomeerden dat voor tenminste 12 uur per week betaald werk als werknemer of zelfstandige heeft en die geen uitkering ontvangen in de maand oktober, 1 jaar na uitstroom, gepercenteerd naar het aantal gediplomeerden dat niet verder leert op mbo of ho.
Voorwaarden
Het gaat om gediplomeerden die in Nederland wonen. Gediplomeerden die verder leren in mbo of ho worden buiten beschouwing gelaten. We berekenen dus hoeveel van de gediplomeerden die niet verder zijn gaan leren, wel werk hebben. Als in een groep minder dan 10 werkenden zijn, wordt geen percentage weergegeven.
Baankans
Bron
SBB
Definitie
Voor de regio waar de student woont, wordt weergegeven hoe de verhouding is tussen het aantal banen en het aantal werkzoekenden van een baan voor studenten op een 10 puntenschaal. Een 1 betekent dat er weinig vacatures beschikbaar zijn voor de werkzoekenden en dat het dus moeilijk is om een baan te vinden, een 10 betekent dat er veel vacatures beschikbaar zijn voor werkzoekenden, wat het makkelijker maakt om een baan te vinden. Bij een stijgende pijl wordt het in de komende 5 jaarmakkelijker om een baan te vinden, bij een dalende pijl wordt het moeilijker en bij een ‘’=’’ blijft de kans gelijk.
De informatie is afkomstig van SBB. De Baankans is bepaald door de vraag naar banen die geschikt zijn voor schoolverlaters af te zetten tegen het aantal studenten in de regio dat beschikbaar is voor de arbeidsmarkt. Daarbij wordt ook rekening gehouden met concurrentie van andere werkzoekenden. Het meetmoment voor Baankans is november van ieder jaar.
Voorwaarden
De baankans wordt bepaald voor elke opleiding waar studenten zich het komende schooljaar voor kunnen inschrijven, met uitzondering van de entree (niveau 1) opleidingen. Entree opleidingen bieden geen startkwalificatie, wat inhoudt dat we verwachten dat gediplomeerden van deze opleidingen in principe verder gaan leren.
Kans op stage
Bron
SBB
Definitie
Voor de regio waar de hoofdlocatie van de school gevestigd is, is weergegeven hoe groot de kans op het vinden van een stage is voor studenten aan de betreffende opleiding (kwalificatie). De kans op stage is bepaald door het aantal beschikbare stageplaatsen af te zetten tegen het aantal studenten dat de opleiding volgt en in deze regio woont.
Als regio wordt de indeling van arbeidsregio's van het UWV werkbedrijf gehanteerd. Het meetmoment voor Kans op Stage is januari van ieder jaar.
Voorwaarden
De kans op stage wordt bepaald voor bol opleidingen. Sommige opleidingen worden uitsluitend in bbl-vorm gegeven, daar is dan geen kans op stage voor bepaald. De kans op stage per arbeidsmarktregio is alleen bepaald als er 10 of meer leerlingen in de betreffende regio een opleiding volgen. Bij minder dan 10 leerlingen wordt de landelijke kans weergegeven voor de arbeidsmarktregio.
Kans op leerbaan
Bron
SBB
Definitie
Voor de regio waar de hoofdlocatie van de school gevestigd is, is weergegeven hoe groot de kans op het vinden van een leerbaan is voor studenten aan de betreffende opleiding (kwalificatie). De informatie is afkomstig van SBB. De kans op leerbaan is bepaald door het aantal beschikbare leerbanen af te zetten tegen het aantal studenten dat de opleiding volgt en in deze regio woont.
Als regio wordt de indeling van arbeidsregio's van het UWV werkbedrijf gehanteerd. Het meetmoment voor Kans op Leerbaan is januari van ieder jaar.
Voorwaarden
De kans op leerbaan wordt bepaald voor bbl opleidingen. Sommige opleidingen worden uitsluitend in bol-vorm gegeven, daar is dan geen kans op leerbaan voor bepaald. De kans op leerbaan per arbeidsmarktregio is alleen bepaald als er 10 of meer leerlingen in de betreffende regio een opleiding volgen. Bij minder dan 10 leerlingen wordt de landelijke kans weergegeven voor de arbeidsmarktregio.
Startsalaris
Bron
CBS, bewerking Abf
Definitie
Gemiddeld uurloon in euro’s van werknemers 1 jaar na hun diplomering. Uitschieters naar zowel boven als beneden worden afgekapt. Zo kan het uurloon niet lager dan 0 euro zijn en niet hoger dan 50 euro. Als een gediplomeerde meerdere banen in loondienst heeft, wordt naar het gewogen gemiddelde uurloon van alle banen gekeken.
Voorwaarden
Het gaat om gediplomeerden die in Nederland wonen. Het uurloon wordt alleen berekend voor de gediplomeerden die in loondienst in Nederland werken. Alleen werkenden die ten minste 12 uur per week werken worden meegenomen in de analyse. Zelfstandigen en stagiairs en DGA’s worden niet meegenomen. Uitzendkrachten en oproepkrachten worden wel meegenomen. Als in een groep minder dan 10 werkenden zijn, wordt geen startsalaris weergegeven.